Mensen in beweging brengen voor duurzaamheid. Dat is wat Estella Franssen, projectmanager bij de Ulebelt in Deventer doet.

Dat betekent beleidsdoelstellingen naar concreet handelingsperspectief vertalen, maar vooral gedragsverandering creëren door mensen te informeren en te inspireren en drempels weg te nemen. Een circulaire economie start met bewustwording.

Wat moeten mensen weten over de circulaire economie dat ze nu niet weten?

“De uitstoot van CO2 is een groot probleem. Een enorm groot gedeelte komt voort uit de verbranding van afval. Het restafval wordt in Nederland verbrand in verbrandingsinstallaties, maar eigenlijk moeten we dat grondstoffencrematoria noemen. Allerlei waardevolle stoffen worden verbrand en gaan als CO2 de lucht in.”

Maar op veel plekken wordt het afval toch netjes gescheiden?

“Ja dat klopt. Ook in de gemeente Deventer is diftar ingevoerd. Deze maatregel heeft tot een enorme reductie van restafval geleid: van 219kg tot 89kg per huishouden op jaarbasis. Maar er is nog meer winst te behalen. Keukenafval wordt nog veel bij het restafval gegooid. Daar zit heel veel vocht in. Denk bijvoorbeeld aan de schilletjes van een komkommer, als je die wilt verbranden dan moet daar energie bij om al dat vocht te verbranden.”

Dat betekent beter communiceren dat keukenafval bij het groenafval thuishoort?

“Zeker, maar beter zou nog zijn om het te composteren. We hebben te maken hebben met een enorme verarming van onze bodem. En tegelijk hebben we tonnen aan waardevolle voedingstoffen die we verbranden. Dat kan en moet toch anders? Daarom hebben we met enkele pioniers het compostgilde opgezet. Er zijn namelijk veel manieren om te composteren en het hoeft echt niet te stinken. Dat is de grootste misvatting. En gewoon gaan doen. Want je kunt in eigen tuin de kringloop sluiten.”

En de volgende stap is de moestuin?

“Dat kan als je dat leuk vindt. Maar dat hoeft helemaal niet. Ik kan me ook voorstellen dat je geen tijd hebt om een moestuin bij te houden. Het is dan helemaal niet erg om je eten ergens te halen. Maar wees je wel bewust van de herkomst.”

Wat bedoel je daarmee?

“Het is geen leuke boodschap, maar ons voedselsysteem is failliet. Er zitten zoveel perverse prikkels in dat het moeilijk is om dat aan te pakken en toch kan de consument hier invloed op uit oefenen.”

Waar gaat het dan mis?

“We hebben in Europa 320 miljoen consumenten en ongeveer 1000 producenten, veelal boeren, daartussen zitten maar handvol inkopers die alles bepalen. Wat je eet, waar het vandaan komt en voor welke prijs. Van iedere euro die je besteedt in de supermarkt gaat slechts 11 cent naar de boer. De rest blijft ergens hangen in de keten. Boeren worden zo gestimuleerd om voor de allerlaagste prijs massa te produceren. Niet sturen op kwaliteit, of dierenwelzijn, maar massa. En niet omdat ze dat willen, maar omdat het anders niet uit kan.”

Maar ze kunnen de prijs toch omhoog doen, die paar cent ziet toch niemand terug?

“Boeren bepalen niet zelf de prijs, dat doet de inkoper. Die zegt: ‘deze prijs kun je er voor krijgen, bevalt het je niet? Dan gooi je het maar in de sloot.’ De meeste boeren zijn allang geen ondernemers meer. Ondernemerschap veronderstelt autonomie en keuzevrijheid. De perverse prikkel zit in het systeem. Zodra voedsel van het boerenerf komt wordt het handelswaar met als primaire doel winstmaximalisatie. Daarom komt het ook voor dat een hele partij voedsel wordt weggegooid. De enige manier om hier van los te komen is om rechtstreeks naar de boer te gaan. En dat voelt die supermarkt écht wel! Mensen willen eerlijk geproduceerd eten met een verhaal waar het vandaan komt.”

En begint het al te leven? Dat mensen direct naar de boer gaan?

“Ja, steeds meer. Maar het vraagt een ommezwaai bij zowel de boer als bij de consument. De meeste boeren leveren alleen aan de groothandel, daar kun je als consument niet met je mandje iedere week langskomen om verse producten te kopen. Dus is een nieuwe structuur nodig. De boer moet een lokale afzetmarkt hebben en als consument moet je de boel goed organiseren. Want de meeste boeren zitten niet om de hoek, zijn niet tot negen uur ‘s avonds open en zijn geen one-stop-shop zoals de supermarkt.”

Welke tip heb je voor mensen om het makkelijker te maken?

“Zoek elkaar op. Vanuit een community of voedselcoöperatie kun je veel voor elkaar krijgen. Inventariseer wat je nodig hebt, koop dit gezamenlijk in en haal het per toerbeurt op. De boer blij en jij blij, want je hebt veel verser eten, en het geld dat je uitgeeft blijft in lokale kringen. En het scheelt ook nog eens veel verpakkingsmateriaal. Er zijn zelfs hippe jonge boeren die de oude melkfles weer in gebruik nemen.”

Wat zou de next level zijn in ons voedselsysteem?

“De consument is aan zet en heeft de macht. Als hij zegt: ik pik dit niet meer, dan kan hij wel degelijk verandering creëren. Ga het gesprek en het verhaal achter je voedsel aan. Jij kunt het verschil maken!”

Meer informatie www.ulebelt.nl.

 


 Lees hier de andere Nex Level verhalen